Editie Maand 04 | 2018 4
Home > Editie 4 > Fred van de Velde: “aandeel plantaardig eiwit moet hoger”
Later lezen of doorsturen

Om in de toekomst wereldwijd alle mensen van voedsel te kunnen voorzien, is het noodzakelijk dat zij een groter deel van de eiwitten die zij consumeren, halen uit plantaardige bronnen. Fred van de Velde leidt het onderzoek dat NIZO (organisatie voor contractonderzoek) in Ede doet naar eiwitfunctionaliteit. 

 ________________

 “Mijn fascinatie voor eiwitten is begonnen met de wetenschappelijke uitdaging”

 ________________

Van de Velde is sinds eind vorig jaar ook lector eiwittransitie in voeding aan de HAS Hogeschool in Den Bosch. 

Wat is de reden dat HAS Hogeschool dit lectoraat heeft ingesteld?

“Het onderwerp eiwittransitie staat hoog op de agenda van HAS Hogeschool. HAS werkt aan maatschappelijk relevante uitdagingen, waarbij eiwittransitie in voeding valt binnen de toekomstbestendige wereldvoedselvoorziening”. Het project PULSE – dat staat voor Protein Utilisation from Legumes for a Sustainable European crop – vormt een belangrijk onderdeel van mijn lectoraat. Het gaat om een project dat deels gefinancierd wordt door SIA Raak Pro. PULSE is een van de 25 gehonoreerde projecten uit 2016 die samen 17,5 miljoen euro kregen toegekend. In het project doen naast HAS en NIZO ook Limagrain, GEA, Cosucra, MFH Pulses, Ruitenberg Ingredients en Sofine Foods mee.”

Hoe is uw focus op eiwittransitie ontstaan?

“Ik ben van oorsprong chemisch technoloog, opgeleid aan de TU Delft. Na mijn promotie op biokatalyse ben ik ‘afgedwaald’ in de voeding en heb ik onderzoek gedaan naar koolhydraten en eiwitten. Vijftien jaar geleden werd er nog niet strategisch geïnvesteerd in onderzoek naar plantaardige eiwitten. Sinds zo’n tien tot vijftien jaar is er volop belangstelling voor. Die aandacht ontstond oorspronkelijk vanuit het kostenoogpunt: plantaardige eiwitten, bijvoorbeeld uit reststromen, zijn over het algemeen goedkoper dan dierlijke eiwitten. Het gaat om het ontwikkelen van eiwitten met de vereiste voedingswaarde, technische mogelijkheden, en de juiste geur en smaak.” 

Speelt voor u in de eiwittransitie mee dat beperking van de consumptie van vlees ook beter zou zijn voor de volksgezondheid?

“Of het beperken van de consumptie van vlees beter is voor de gezondheid, is niet mijn vakgebied. Het Voedingscentrum wijst er op dat een andere eetpatroon beter is, met daarin een kleinere rol voor vlees. Gezondheid en duurzaamheid zijn beide belangrijk, maar mijn fascinatie voor eiwitten is begonnen met de wetenschappelijke uitdaging.”

Waarin zit die uitdaging?

“De uitdaging zit in het ontwikkelen van eiwitten die volgens de eisen geleren, schuimen of emulgeren. Het eiwit moet de aminozuren in de juiste verhouding leveren, goed verteerbaar zijn en goed te verwerken zijn. De lat ligt hoog voor het vervangen van eiwitten uit bijvoorbeeld vlees of zuivel. Kosten blijven belangrijk, maar in het streven naar de vervanging van dierlijke eiwitten door plantaardige, speelt de duurzaamheid een grotere rol.

De productie van dierlijke eiwitten heeft een veel grotere voetafdruk. Volgens de Green Protein Alliance moeten we een verhouding van 50:50 bereiken. De Wageningse Universiteit stelt op grond van een model dat de ideale verhouding 65:35 is. Vijfendertig procent dierlijke eiwitten is het juiste aandeel voor het benutten van reststromen en gewassen die de mens niet kan verteren.”

Naast het benutten van reststromen, gaat het ook om andere plantaardige eiwitten. Welke?

“De gewassen waar we naar kijken zijn erwten, veldbonen en lupine. Een van de partners in het project, Limagrain, heeft onder andere erwten en veldbonen in zijn portfolio. Eiwit uit erwten is een belangrijk product in de industrie, en in opkomst. Het is een bijproduct van de productie van erwtenzetmeel. De veldboon is een goede kandidaat voor een grotere rol in de eiwittransitie. Tegenwoordig worden peulvruchten in Nederland nauwelijks nog geteeld. In Zeeland was het eerder een bekende teelt, ik herinner me ook wel dat ik bij vriendjes hielp bij de oogst. De veldboon heeft een hoge opbrengst per hectare. Met zes tot acht ton is die tot twee keer groter dan van erwten. Dit kan dus interessant zijn voor boeren. Het is bovendien een gewas dat het in onze regio – Noordwest Europa – goed doet. Onze voorkeur gaat uit naar een bron die ook duurzaam is doordat er niet te veel transportkilometers nodig zijn.”

Wat is het doel van PULSE?

“Het doel is een verbetering bereiken in alle schakels van de keten van de eiwitproductie. Het unieke van ons project is dat elke schakel vertegenwoordigd is. De eisen van de consument worden verzameld en verwerkt door de fabrikant. Dit leidt uiteindelijk tot informatie die nodig is voor de zaadveredeling. De verbetering gaat dus van wat er nodig is in de productie, via de extractie naar de selectie van de zaden: welke zaden er nodig zijn om straks de juiste textuur te kunnen bereiken. We verbeteren de functionaliteit en richten ons op eiwitingrediënten voor toepassingen in hoogwaardige producten. Denk bijvoorbeeld aan vleesvervangers, maar in de toekomst ook klinische voeding, voeding voor ouderen en kleine kinderen. 

Wanneer zijn de eerste resultaten beschikbaar?

Daarvoor rekenen we met een horizon van vier jaar. Tussentijds presenteren we al wel uitkomsten uit onderdelen van ons project.”

Hoe is het om van het lab in de wereld van een hogeschool terecht te komen?

“Inspirerend! Ik merkte wel dat ik tijdens mijn eerste colleges vooral dacht aan de hoeveelheid inzichten en informatie die ik wilde overdragen. Het tempo houdt nu wat meer rekening met de setting.”

 ________________

‘De veldboon is een goede kandidaat voor een grotere rol in de eiwittransitie’

________________

www.nizo.com

Bronvermeldingen: Beeld: ©NIZO-MIRJAM VAN DE VELDE
Door content bladeren