Editie Maand 05 | 2018 5
Home > Editie 5 > Toine Timmermans: ‘Ik pleit voor grootschalige inzet reststromen’
Later lezen of doorsturen

We moeten af van het lineaire model in de vleesketen, waarin alles draait om efficiëntie en intensivering. Dat stelt WUR-onderzoeker Toine Timmermans. Wat betreft hem importeren we minder soja en gebruiken we meer reststromen. 

______________

‘Vleesketen moet en kan naar circulair systeem’

______________

 “We moeten deels terug naar het goede van vroeger,” meent Timmermans. Hij doelt daarmee op het principe waarbij de veehouderij een belangrijke rol speelt bij de verwaarding van reststromen. Timmermans doet als programmamanager duurzame voedselketens bij de WUR onderzoek naar het voorkomen en reduceren van voedselverspilling en is betrokken bij diverse (inter)nationale initiatieven waarbij het hoogwaardiger verwerken van reststromen inzet is. Hij is groot voorstander van het breed toepassen van het circulaire systeem, waarin grondstoffen zo goed mogelijk worden benut en afval niet bestaat. De techniek is er, de wil groeit, er zijn alleen nog wat hobbels te nemen. 

Waarom geeft u de voorkeur aan een circulair model in de vleesketen? Het huidige model heeft toch jarenlang goed gewerkt voor Nederland? 

“Het bestaande, lineaire model is gericht op intensivering en efficiëntie, op ‘meer met minder’. Daarin is het inderdaad ruim 40 jaar zeer succesvol geweest. Zaken als dierenwelzijn en milieubelasting waren jarenlang minder relevant en de negatieve maatschappelijke effecten hiervan zijn niet doorberekend in de prijs. Maar de situatie is onhoudbaar: de grote veehouderijsector drukt op de gezondheid van mens en dier en het verdienmodel staat onder druk. Bovendien daalt het maatschappelijk draagvlak. Het besef dat het anders moet, groeit. Van onderaf ontstaan er allerlei vernieuwende initiatieven. En bij de toplaag is dat besef bijvoorbeeld zichtbaar in de Sustainable Development Goals en het klimaatakkoord van Parijs. Je ziet ook dat grote investeerders zich meer laten leiden door hoe bedrijven bijdragen aan toekomstige duurzaamheid en voedselzekerheid.” 

Hoe ziet het nieuwe model eruit?

“Dat staat voor een circulair en inclusief systeem waarin alle grondstoffen efficiënt en effectief worden gebruikt en onvermijdbare zijstromen benut worden in een ander proces. De hele keten, van grond tot consument, is daarbij betrokken. Een gezond en duurzaam dieet is het uitgangspunt, net als een gezonde bodem en biodiversiteit. Als we de veehouderij inrichten volgens het circulaire principe, worden onvermijdbare reststromen die nu naar compost, vergisters en afvalbranders gaan, grotendeels omgezet in veevoer. In Nederland bedraagt de voedselverspilling in de hele keten jaarlijks tussen 1,7 en 2,5 miljoen ton. Daarvan is een groot deel te voorkomen, of kan hoogwaardig worden ingezet. Al eeuwenlang weten we dat laagwaardige reststromen via dieren omgezet kunnen worden in kwalitatief hoogwaardige producten, zoals melk, eieren, vlees en insecten. Dit gebeurt ook al: jaarlijks worden in Nederland ruim 6 miljoen ton aan bijproducten uit de levensmiddelensector, zoals bierborstel en aardappelstoomschillen, omgezet tot veevoer. Maar in de huidige situatie importeren we veel sojaschroot als de meest efficiënte bron voor diervoer, want het is goedkoop en makkelijk te verwerken. Dit geeft een grote milieubelasting voor sojaproducerende landen zoals Brazilië.” 

______________

‘De kleine initiatieven zijn van groot belang’

______________

“WUR collega Hannah van Zanten doet onderzoek naar de perspectieven en voordelen van de meest circulaire vorm van de veehouderijsector. Een zeer interessante conclusie van het onderzoek is dat we op deze wijze voor Nederland genoeg dierlijke eiwitten kunnen produceren om te eten volgens de schijf van vijf, en met een betere verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitten. Door het voeren van verhit en verwerkt voedselafval, kan het landgebruik voor de productie van varkens in de EU met 20% omlaag. Dit is echter nog niet toegestaan, omdat er dierlijke resten in dit type voedselafval kunnen zitten. Wat wél mag, is de zogenaamde former foodstuff te gebruiken als grondstof voor veevoer: afgekeurde koekjes, chocoladerepen, snoep, enzovoorts. Dit gebeurt steeds meer, Nederlandse bedrijven lopen hierin voorop.” 

Duurzaamheid is een belangrijk argument voor een circulair model. Moeten we niet volop inzetten op het eten van minder vlees in plaats van vermindering van verspilling? De ecologische voetafdruk van de vleesconsumptie is immers enorm. 

“Ik geloof niet dat het werkt om alle pijlen te richten op reductie van de eiwitinname door productiebeperkende maatregelen of hogere belastingen op vlees. Daarvoor zijn er te nu veel tegenstellingen in het politieke klimaat en de belangen in de industrie. Natuurlijk moeten we terug naar een lagere dierlijke eiwitconsumptie om de milieubelasting te verlagen. Maar ik pleit ervoor om ons vooral te concentreren op het circulaire verhaal, omdat dit kansen biedt voor alle ketenpartijen. De impact op klimaatverandering in Nederland van voedsel dat niet wordt geconsumeerd, bedraagt 16 tot 22% van de totale impact veroorzaakt door voedsel. Waarbij voedsel ongeveer 30% bijdraagt aan de totale uitstoot van klimaatgassen door menselijke activiteiten. Een substantieel aandeel dus. Het is bovendien veel makkelijker om de verspilling te halveren, dan om de vleesconsumptie terug te dringen. De techniek is er, de ambitie ook, en er zijn al veel kleine partijen bezig met het circulaire systeem. Nu moeten de grote partijen in beweging komen.” 

______________

‘In het circulaire model verandert mest van probleem naar oplossing’

______________

Welke kleine initiatieven bestaan er nu?

“Nederland is koploper op het gebied van restverwerking. Jaarlijks gaat er ruim zes miljoen ton aan resten uit de industrie rechtstreeks naar veevoer. Deze stromen kunnen voor menselijke consumptie behouden worden. Weistromen uit zuivel waren heel lang een reststroom die naar onder andere kalverhouders ging, maar daarmee worden tegenwoordig ingrediënten voor eiwitshakes en bioplastics gemaakt. Ook binnen de Nederlandse pluimveesector zijn mooie voorbeelden van complementaire initiatieven om de keten op basis van circulariteit in te richten: Kipster, Oerei van Protix en Smits – bron van energie. Daar krijgen de kippen bijvoorbeeld levende insecten te eten, die groeien op laagwaardige plantaardige reststromen; groeien de haantjes op voor menselijke consumptie in plaats van meteen uit het ei vergast te worden; of wordt de kippenmest gedroogd voor mestkorrels voor consumenten. In het circulaire model verandert mest van probleem naar oplossing. Dat zijn initiatieven van de toekomst. Andere voorbeelden vanuit de voedingssector zijn De Verspillingsfabriek en Kromkommer, die soep maken van voedingsmiddelen die de consument anders niet bereiken. Broccolistronken, groenten die cosmetisch zijn afgekeurd, of de kopjes en kontjes van de tomaten die naar McDonalds gaan. Achttien van dergelijke sociale ondernemers hebben zich nu verenigd in het platform Verspilling is Verrukkelijk, om gezamenlijk nog meer consumenten kennis te kunnen laten maken met hun producten.” 

Welke obstakels liggen er nog voor de grote foodbedrijven? 

“De huidige Europese wetgeving is een barrière. Die is vanwege de uitbraak van dierziektes zo’n 15 jaar geleden veel strenger geworden. In andere werelddelen is meer toegestaan op het gebied van restverwerking. Zo worden in onder andere Japan reststromen die dierlijke resten bevatten op een veilige manier omgezet tot varkensvoer, door ze te verhitten en te fermenteren. En een ander terugkerend issue is de vraag hoe een markt te creëren voor deze ‘circulaire’ producten, die doorgaans iets duurder zijn. Een gunstig perspectief is een voorwaarde voor veel bedrijven. De kleine initiatieven zijn daarbij van groot belang. Ze worden getest in living labs en dat levert waardevolle informatie op. Zo zetten ze de voordelen van het nieuwe model kracht bij. Maar ze moeten meer gepromoot en beloond worden, met steun van de overheid. Want voor veel industrieën kunnen en moeten meer reststromen verwaard worden.” 

______________

‘Voor veel industrieën kunnen en moeten meer reststromen verwaard worden’

______________

Timmermans is voorzichtig optimistisch over het politieke beleid: “Minister Schouten van LNV heeft een stevige ambitie op het verduurzamen van het voedselsysteem. Voor de zomer komt ze met haar voedselvisie. De voortekenen zijn positief; het terugdringen van voedselverspilling heeft zeker haar prioriteit.” 

www.wur.nl

This article is also available in English

Bronvermeldingen: Beeld handen: ©VILAX/SHUTTERSTOCK.COM
Door content bladeren